Peru, Caraz, km 21939
Na Cuenca (Ecuador) verlaten we de bergen en na 2 dagen bereiken we de kust en de grens met Peru.
Peru, een bruuske overgang. Het land oogt een stuk armer. Met de hygiene is het minder gesteld en in de steden heerst er meer chaos. Uit verhalen van andere reizigers weten we ook dat het iets minder veilig is. En dat mag Luc meteen ervaren. Nog geen 5 km na de grens proberen twee gasten vanop een brommertje zijn camera te stelen. Gelukkig mislukt de poging.
De eerste 900 kilometer gaan langsheen de kust. Niet dat we de zee dikwijls zien, de weg loopt meestal een paar kilometer landinwaarts. Bij Mancora genieten we toch een dagje van strand en zee. Maar veelal rijden we door zandwoestijn. Af en toe is het fantastisch mooi.
Bij Chiclayo bezoeken we enkele bijzondere ruïnes van de Moche cultuur. La Huaca Rajada, het graf van de heer van Sipán, met bijhorend museum en het tempelcomplex van Tucumé .
De volgende stopplaats is Trujillo, tweede grootste stad van Peru. We verblijven er in de “Casa de Ciclistas”. Lucho, een ware fietsliefhebber stelt zijn huis gratis ter beschikking van de fietsende medemens.
In de buurt bezoeken we de ruïnes van Chan-Chan, de vroegere hoofdstad van het Chimú-rijk. En de zonne- en maantempels Huaca del Sol en Huaca de la Luna afkomstig van de Moche-culuur. Allemaal heel bijzonder.
Voorts gaan we met de bus voor twee dagen naar Lima. De hoofdstad heeft een mooi historisch centrum.
En dan zoeken we opnieuw de bergen op. We fietsen in vier dagen naar Caraz en bevinden ons alweer boven de 2000 m. De route is ongelooflijk mooi. Onverharde wegen, amper een paar auto´s, langs fantastische valleien en kloven. Meer dan 40 kleine tunneltjes. En uiteindelijk zichten op de besneeuwde bergtoppen. Waw…
Pech onder weg:
Zowel Casey, Luc als ikzelf kregen last van erge diarree, vermoedelijk een bacteriele infectie. Voorts brak ik opnieuw een tentstok. Tijd om het ding te vervangen, dus. Ik kon gelukkig in Lima een degelijke nieuwe tent kopen.
De laatste dagen kent vooral Luc nogal wat fietspech. Door de bijzondere slechte staat van de onverharde wegen trilt zowat alles los. Tot op heden konden we alles terplaatse herstellen.